Hoe verhalen bij kunnen dragen aan geluk

– door Mieke Bouma
De Schildpad in Alice in Wonderland wordt een Nepschildpad nadat hij op school les heeft gehad in optillen, afbekken, gemenevuldigen, stelen, bijbelse en vaderlandse vergetenis, aanwijskunde, schadelijke oefening, griep en chagrijn, woordspelingen op de standaard schoolvakken optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen, geschiedenis, aardrijkskunde, lichamelijke oefening, (een meesterlijke vertaling door Nicolaas Matsier).

Vreemd of niet?
In de ogen van Lewis Caroll word je van al die stomme vakken behoorlijk nep. Een behoorlijk vooruitstrevende gedachte als je bedenkt dat Alice in Wonderland in 1865 geschreven is. Dat is best even geleden. Weet je het nog? Alice duikt een konijnenhol in, achter een pratend konijn aan, ze valt door een diepe schacht naar beneden en komt in vreemde wereld terecht waar ze gesprekjes voert met vreemde wezens en wonderlijke dieren. Ze drinkt een flesje leeg en wordt klein, ze eet een koekje en wordt groot. Ze krimpt en groeit de hele tijd door.
Is Alice in Wonderland alleen maar een grappig verhaal vol malligheid en vreemde nonsense? Of heeft Lewis Caroll er meer mee willen zeggen? Hoe meer je je verdiept in dit legendarische verhaal, hoe meer je begrijpt dat het bepaald niet zomaar speelse onzin is, die Lewis Caroll bij elkaar verzon. Caroll was gefascineerd door het romantische idee dat kinderen nog puur en onbedorven zijn. Bij hele jonge kinderen is de spontane, zuivere, creatieve ziel nog zichtbaar en voelbaar. Maar helaas raakt die onbevangenheid bedolven en wordt nep naarmate we meer met scholing en opvoeding te maken krijgen.

Lisette Thooft noemt dit fenomeen (in een artikel in Happinez in 2012) ‘de dubbele identiteit’ die ontstaat. We ontwikkelen een masker, een persona, en vragen ons dan vervolgens af: wie ben ik echt? Het gevaar is dat we ons echte zelf kwijt raken is groot als we teveel aan de eisen van de anderen, of het systeem moeten voldoen.

Wie ben ik echt?
Alice stelt zichzelf die vraag ook: wie ben ik? Ze discussieert voortdurend met zichzelf, beurt zichzelf op, geeft zichzelf standjes. Ze stelt zichzelf twee doelen: haar eigen lengte terug krijgen en de weg naar de mooie tuin terugvinden. Ze heeft alleen geen flauw idee hoe ze dit moet aanpakken, maar krijgt gelukkig voortdurend hulp. Ze krijgt onverwachte antwoorden en gaat op ieder voorstel in. Bijna in iedere ontmoeting van Alice met een wonderlijk dier of vreemd wezen, schuilt een wijze les. Denk bijvoorbeeld aan de ontmoeting met Kollumer Kat. ‘Kunt u me misschien vertellen welke kant ik op moet?’, vraagt Alice. De kat antwoordt: ‘Dat hangt er heel erg vanaf waar je heen wilt.’
En ja, de Schildpad wordt ‘nep’ – onecht – door al die stomme vakken. Daar kunnen wij het anno 2016 wel mee eens zijn: het is niet goed om kinderen alleen maar te leren spellen en rekenen en het schoolsysteem kan kinderen behoorlijk verwijderen van hun pure ‘zelf’. Persoonlijkheidsvorming, creativiteitsontwikkeling en het stimuleren van de verbeeldingskracht zijn enorm belangrijk voor de innerlijke ontwikkeling en voor geluk.

Verhalen en geluk
Fantaseren en het vertellen van verhalen zit diep in ons systeem verankerd: we zijn een homo fabulans en houden van verhalen. Net als Alice willen we niets liever dan avonturen beleven in onze verbeelding als het leven te saai wordt. Dat begint al in onze kindertijd: we luisteren naar verhalen die ons worden verteld en voorgelezen en zijn uiterst ontvankelijk voor de boodschappen die ons via verhalen ter oren komen.
We genieten ervan als ons voorstellingsvermogen wordt aangesproken. Via een verhaal kunnen we de wereld een beetje begrijpen en interpreteren we de feiten die zich voordoen, ook kunnen we vast een beetje oefenen voor als we groot zijn.

Verhalen leren ons groeien.

Het bijzondere is: onze hersenen maken geen onderscheid tussen wat we in het echt meemaken en wat we ons voorstellen. Onze verbeelding is enorm krachtig. Via de verbeelding creëren we complete nieuwe werelden. We oefenen met gedrag, ontwikkelen moed, leven ons in, komen op voor onszelf, zorgen voor de ander, leren omgaan met tegenslag, ontdekken onszelf, krimpen en groeien en leren onze lesjes. In de verbeelding – en dus in verhalen – ontwikkelen we ons mens-zijn. Door verhalen te vertellen, ze te fantaseren en ernaar te luisteren, geven we zin en krijgen we zin ín het leven. En dan wordt het gevoel van geluk groter.

‘Ik kan er niets aan doen, ik groei’, zei Alice.

En dat is wat verhalen met kinderen kunnen doen; ze dragen bij aan groei, zingeving en geluk.

Volg het witte konijn en kom naar het storytellingevent op 25 mei 2016.

Ik kan er niets aan doen… ik groei!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *